Klimaatrechtvaardigheid voor de particuliere huurder: een vergeten groep in een complex systeem

Paula Zwitser en Annemarie Mink deden, samen met anderen, onderzoek naar klimaatrechtvaardigheid voor particuliere huurders in grote steden. Hun bevindingen zijn gebundeld in een toegankelijk magazine dat onlangs is gepubliceerd. Voor het klimaatonderzoek Initiatief Nederland voerden we  een gesprek over hittestress, intimiderende verhuurders, en het verschil tussen regels die er zijn en regels die iedereen ook echt kan gebruiken.

Van de 3,25 miljoen huurhuishoudens in Nederland woont ongeveer één op de vijf in een particuliere huurwoning. Het is een bonte groep: studenten, starters op de woningmarkt, vermogenden en ook mensen met een opeenstapeling van kwetsbaarheden die op de lange wachtlijsten voor sociale huur vastlopen. Toch is het een groep die opvallend weinig aandacht krijgt, ook als het gaat over de klimaattransitie.

Paula Zwitser en Annemarie Mink wilden dat veranderen. Samen met een transdisciplinair team van onderzoekers, beleidsmedewerkers, bewoners en een klimaatadaptatie-adviseur onderzochten zij wat klimaatrechtvaardigheid concreet betekent voor mensen die particulier huren. De uitkomsten zijn bijeengebracht in een magazine dat bewust geen droog onderzoeksrapport is geworden.

Hittestress en een luchtontvochtiger tegen astma

De klimaatproblemen voor particuliere huurders zijn concreet en urgent. Hittestress neemt toe naarmate de zomers warmer worden. Tocht en vocht zijn in veel woningen structureel aanwezig. “Niemand zou in een tochtige, vochtige woning moeten zitten,” zegt Annemarie. Maar de meest kwetsbaren ondervinden de ergste effecten en hebben tegelijk de minste mogelijkheden om er iets aan te doen.

Annemarie beschrijft een thuissituatie die ze tegenkwam: een luchtontvochtiger, neergezet om de astma bij kinderen te verminderen. Symptoombestrijding, niet meer dan dat.

Mogen huurders zelf ingrijpen? Zelden. Een zonnescherm ophangen mag vaak niet. Isoleren is bijna nooit een optie. En bij een airco, die wél bereikbaar is voor sommigen, heb je weer een ander probleem zoals een hoog energieverbruik.

Het systeem werkt niet, ook als de regels er wel zijn

Een van de scherpste inzichten uit het onderzoek is dat het probleem niet primair bij de huurder ligt, maar in het systeem eromheen. Er zijn regels, er is een huurcommissie, er zijn juridische mogelijkheden. Maar die zijn lang niet voor iedereen even toegankelijk.

“Je moet een heel dossier opbouwen, je komt in een soort rechtszaak. Je moet op durven staan tegenover een verhuurder,” legt Paula uit. “Dat is niet voor iedereen weggelegd. En het is ook niet eerlijk om dat van iedereen te verwachten.”

Bovendien durven veel huurders hun rechten helemaal niet op te eisen. Ze zijn bang voor intimidatie door de verhuurder of voor de consequenties die daarna kunnen volgen. Sommigen weten hun weg niet te vinden. Anderen hebben simpelweg niet de mentale ruimte om een juridisch traject in te gaan. “En het voelde voor ons niet goed om het onderzoek alleen op die huurder te richten en die dan door dat systeem heen proberen te duwen,” zegt Annemarie. “Want het probleem ligt minder bij de huurder en meer in het systeem dat erachter zit.”

De verhuurder: boeman of gevangene van de marktlogica?

Bij particuliere verhuur ontbreken de prikkels om te verduurzamen. Woningcorporaties krijgen een opdracht mee van de gemeente en moeten afspraken nakomen over woningkwaliteit. Voor particuliere verhuurders die verhuren in het lage en middensegment  loont verduurzaming eenvoudigweg niet.

“Het idee is dat je geld verdient met de verhuur van woningen,” stelt Annemarie nuchter. Een zonnescherm of extra isolatie levert voor de verhuurder in principe niets op. Zelfs een verhuurder die ze spraken en openlijk toegaf geld te willen verdienen, zei dat hij best wil nadenken over verduurzaming, maar alleen als de prikkels er zijn. “Want waarom zou je daarvoor betalen terwijl het je niks oplevert?”

Het team schetst de grote diversiteit aan verhuurders: van grote institutionele investeerders tot particulieren met één huurhuis dat ze als pensioenvoorziening zien. De onderzoekers doen geen concrete beleidsaanbevelingen, maar wijzen de richting: er moet een financiële prikkel komen voor verhuurders, positief of negatief, om woningen klimaatadaptief en gezond te maken. En er moeten minimale eisen worden vastgelegd waaraan een woning moet voldoen en die eisen moeten gehandhaafd worden. Maar daar moet dan ook wel de capaciteit voor vrijgemaakt worden.

Procedurele rechtvaardigheid: wie mag meepraten?

Een concept dat Paula tijdens het onderzoek opnieuw tot zich nam is procedurele rechtvaardigheid: niet alleen de vraag wat rechtvaardig is, maar ook wie betrokken is bij het maken van de regels.

“De mensen waar het over gaat  worden vaak niet betrokken door de mensen die de regels maken. Terwijl dat juist zo cruciaal is. Mensen die te maken hebben gehad met de toeslagenaffaire, de coronacrisis, jarenlang leven in onzekere omstandigheden: deze mensen zien de overheid niet als beschermer, maar als iets waartegen je je moet beschermen. Het vertrouwen is er niet en regelgeving bereikt hen dan helemaal niet.

De oplossing ligt niet in nog meer loket-denken. “Ga niet de wijk in om van alles op te halen en het dan in een rapport te laten belanden waar mensen nooit meer wat van horen,” zegt Paula. Het is ook een van de redenen dat het team besloot het onderzoek niet uit te breiden naar een grootschalig wijkonderzoek. “Als de verantwoordelijkheid voor de oplossing toch verschuift naar de huurder, dan is dat niet eerlijk.”

Zelforganisatie kan een brug slaan, denken beide onderzoekers. Als gemeenschappen zich organiseren, is het makkelijker om problemen aan te kaarten. Als gemeenten dan bij die bestaande gemeenschappen aansluiten in plaats van nieuwe te creëren, wordt de kloof kleiner.

Niet de wijk in, maar Den Haag in

De meest opvallende keuze die het team overweegt te maken: niet doorgaan met veldwerk in de wijk, maar de boodschap naar de Tweede Kamer brengen. “Een groot gedeelte van de oplossing ligt echt bij de Rijksoverheid,” zegt Paula. “Dus als we impact willen maken, moeten we niet de wijk in, maar Den Haag in.”

Het magazine is bewust zo gemaakt dat het die route kan afleggen. Het combineert meerdere perspectieven: beschrijvend én prikkelend, toegankelijk én inhoudelijk. Met bijdragen van een mensenrechtenactivist, de GGD, een verhuurder, bewoners, gemeenteambtenaren, een klimaatadaptatie-adviseur en onderzoekers van onder andere TNO, Erasmus Universiteit en Radboud Universiteit.

Wie krijgt voorrang?

De prangende vraag voor de komende jaren is niet of de klimaatopgave urgent is, maar wie als eerste geholpen wordt.

“We hebben niet binnen tien jaar geregeld dat er geen ongezonde woningen meer zijn,” zegt Annemarie realistisch. “Dus is de vraag: waar begin je? Wie geef je voorrang?” Nu zie je dat het makkelijkst geïnvesteerd wordt op plekken waar mensen al handelingsperspectief hebben: bij nieuwbouw, bij koopwoningen, bij mensen met geld. Daardoor groeit het verschil.

De onderzoekers pleiten voor een omgekeerde logica: begin waar de impact het grootst is. Bij mensen die al ongezond zijn, in ongezonde woningen, met een stapeling van problemen. “Ongelijk investeren voor gelijke kansen,” vat Paula samen.

Het magazine over klimaatrechtvaardigheid voor particuliere huurders is onderdeel van het onderzoeksproject ‘Accelerating Just Climate Transitions in Urban Regions’ van het Klimaatonderzoek Initiatief Nederland (KIN) en is HIER te downloaden.

Het gesprek met Paula en Annemarie is HIER in zijn geheel terug te luisteren via de podcast De duurzame wijk.

Gerelateerde artikelen

Wat kunnen we voor het vergroenen van Nederlandse wijken leren van de Superblocks in Barcelona?

Stel je voor: je loopt een straat in Barcelona in waar tot voor kort dagelijks...

Lees verder

“Mensen komen voor de deelauto, maar ze blijven omdat het gezellig is”

In heel veel wijken in Nederland komen burgers zelf in actie om duurzaam gedrag gemakkelijk...

Lees verder

“Op woensdag is de koelkast weer leeg” Bij Voedselhub Nijmegen snijdt het mes aan alle kanten

Elke week haalt de Voedselhub Nijmegen duizend kilo voedseloverschotten op bij boeren, stadstuinen en supermarkten...

Lees verder